* de·fe·nes·tre·ren
1. persoon uit het raam gooien
Het lekt en alles valt op de grond.
Drup. Een plas. Gedachten. Voel maar.
Gebruik je vingers om te zien waaraan ik heb gedacht.
Voel aan mijn lippen als ik praat.
Zie door het zwart van mijn pupil.
Doe je mee als ik slaap?
Pak mijn hand vast en loop voorop.
Speel met mij in de regen. Drup. Een plas.
Mijn vingertoppen zien jou en lachen.
Sla je ogen op en word wakker naast mij.
Ik zie je in het donker.
http://nl.youtube.com/watch?v=G0LtUX_6IXY
Wat een meesterlijk filmpje! KLIK!
De zon kwam op en de aarde draaide zich nog eens lekker om.
Het was ochtend in Het Grote Spreukjesbos. Een spreukjesbos is een bos dat vol zit met spreukjes. Zoals: bomen, waardoor men het bos niet meer ziet, onkruid dat maar niet vergaat, vogeltjes die zingen zoals ze gebekt zijn… en één zwaluw.
U begrijpt wel dat in een spreukjesbos de ochtendstond goud in de mond heeft. En Hans en Grietje waren dan ook al vroeg uit de veren. Hans zei: ‘Grietje, zal ik met dit mooie weer mijn rokje aantrekken?’
….Sorry: ‘Hans’, zei Grietje, ‘zal ik met dit mooie weer mijn rokje aantrekken?’ Taalwetenschappelijk gezien luistert de plaatsing van leestekens akelig nauw, want één verkeerde komma of letter maakt van Jezus nog een ketter. Zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen in het spreukjesbos.
‘Doe niet zo gek, Grietje’, zei Hans, ‘een rokje… Je bent toch mijn broertje en niet mijn zusje?’ Ja, dat is waar. Hans en Grietje waren broertjes van elkaar. Jazeker, ze waren broertjes van elkaar: Hans en Grietje Titulaer.
‘En bovendien, Grietje’, zei Hans, ‘houdt dat mooie weer geen stand. Alle weeranalyses wijzen op onweer in de namiddag. Dus het is zaak dat we zo snel mogelijk aan de slag gaan met ons veldonderzoek’.
Twee zielen, één gedachte, en daar gingen ze. Nieuwsgierig als ze waren namen, namen de jonge wetenschappers alles in het spreukjesbos goed in zich op en maakten overal notities van. Zo was midden in het spreukjesbos een boer oude koeien uit de sloot aan het halen. Dat deed hij in willekeurige volgorde: Klara één, Klara twee, Klara drie en Klara vier. Puinhoop! Grietje noteerde alles en herschikte de koeien netjes in alfabetische volgorde: Klara drie, Klara één, Klara twee en Klara vier. Zo, dat stond een stuk overzichtelijker.
Toen ze even later bij een paar hoge bomen kwamen die veel vind vingen, wist Hans te vertellen dat dat ‘Mammoetbomen’ waren. ‘Mammoetbomen’, zei Hans, ‘kunnen een hoogte bereiken van wel 120 meter, mits je ze niet te diep poot’.
Maar het meest interessante moest nog komen, vonden de beide jongens: het onweer. Het weer was al een stuk slechter geworden en er stond een stevige wind. Bij een klein huisje aangekomen schuilden zij even. Achter een raam van dat huisje stond een oude toverheks uitdagend met een elektrische ladyshave haar bikinilijn bij te werken.
‘Wat doen twee jonge jongens midden in het spreukjesbos?’ kraste de oude toverheks. ‘O, mevrouw’, grapte Grietje, ‘we hebben anorexia en zijn toevallig hier komen aanwaaien’. O, o, o. Dat is nou typisch Grietje he. Altijd van die ongelukkige beelden gebruiken.
‘Ik zou maar maken dat ik thuiskwam jongens, want er is onweder op komst’. ‘Ja maar mevrouw, wij vinden onweer juist een machtig interessant verschijnsel, wetenschappelijk gezien’. ‘Huh, wetenschappelijk gezien…Wij hier in het spreukjesbos houden er niet van onweder… Het begint wel flitsend, maar het eindigt altijd met gedonder’.
‘Maar dat is voor ons, van de wetenschap, nu juist zo interessant, mevrouw. Bij onweer moet je namelijk tellen’. ‘Tellen?’ ‘Ja mevrouw, tellen. Je moet tellen vanaf het moment dat je de flits ziet tot het moment dat je de donder hoort. En als je dan het aantal tellen deelt door de afstand waarop het onweer van je verwijderd is, dan weet je precies hoe snel je geteld hebt’. Ja, dat is handig hoor die wetenschap. ‘Dat gaat me allemaal te snel, jongmens. Ik ben ook al aardig op leeftijd, moet je weten’.
‘Hoe oud bent u dan, vrouw heks?’ ‘Hoe oud ik ben? Daar vraag je me wat jongens. Weet je, vorig jaar werd ik 99. En dit jaar word ik 94’. ‘Ach kom mevrouw… vorig jaar 99 en dit jaar 94?’ ‘Ja, jongens, ik ga hard achteruit’.
‘Kom mevrouw heks, niet zo somber he? Hans en ik hebben vorig jaar nog een onderzoek gedaan en uit dat onderzoek is gebleken dat toverheksen in 1996 gemiddeld zeven jaar later doodgingen dan in 1989’. (Let op: gemiddeld he. Het is wetenschap en dat is altijd gemiddeld.)
‘Jawel, maar hier in de buurt weet je maar nooit jongens. De één zijn dood is in het spreukjesbos de ander zijn brood. Weet je, de dokter hier probeert me al jaren lang euthanasie aan te praten. Ik zei: “nee doktor, nee. Pas als ik zo ver ben afgetakeld dat ik in mijn eigen uitwerpselen lig, mag u bij mij een pilletje overwegen”.
‘Norit schijnt erg goed te zijn’, zei Hans.
‘Ook zonder Norit maak ik het niet lang meer’, klaagde de heks, ‘want wie staat op het rolletje, die kost het in het spreukjesbos zijn bolletje’. ‘He gat mevrouw, niet zo somber. Ze zeggen toch ook wel: “krakende wagens lopen het langst”. En “hoop doet leven”? ‘Ach wat, “hoop doet leven….”. “Heden vol weerde, morgen in de …..” Een enorme bliksemflits verlichtte het spreukjesbos. Terwijl Grietje enthousiast begon te tellen, zakte Hans dodelijk getroffen op de grond. Handig die wetenschap… Hans’ laatste woorden waren: ‘De dood komt altijd…’
‘Zo’, zei de heks, ‘dat was wel heel onverwacht’.
Waarmee ik dit spreukjesboek bijna sluiten moet. Bijna sluiten moet, want één laatste spreuk heeft u nog te goed:
Nadat Hansjes dood
de familie was gemeld
heeft die familie
een mooie advertentie opgesteld:
‘Geen bezoek, geen bloemen,
we hebben het liefste geld’.
Soms doe ik alsof ik een nachtbraker ben. Dat wil zeggen. Alsof ik vaak laat opblijf. Feit is dat ik dat eigenlijk nooit volhoud.. half drie is voor mij echt uitermate laat. Bedtijd. Ik heb nog nooit zo lang gefeest dat de zon weer op kwam. Misschien moet ik dat eens doen. Kan ik dat? Ik vrees van niet. Slaap zou mij overmannen. En dan dusdanig dat ik comateus neerval en mensen poppetjes op mij gaan tekenen met watervaste stift.
Om dit soort incidenten te voorkomen, matig ik maar met laat naar bed gaan. Problematisch echter, vroeg naar bed gaan kan ik ook niet. Ik ben een on-vrijwillige nachtbraker. Mede door mijn vakantie-ritme, is mijn schoolweek slecht doorgeslapen. Vaak was het half twee, twee uur voordat ik sliep waarna mijn wekkertje om 7 uur zijn klassieke belletjes deed rinkelen. Brak. Toch verwachtte ik dat ik door zo brak te zijn, die avond wèl een prettige nachtrust zou mogen genieten. Neen zeg ik u, neen! Energie voor twintig, zo in mijn bedje. Op zulk soort momenten bedenk je natuurlijk de geniaalste dingen. Genieën dan. Ik dus niet. Ik ga kijken of ik dingen kan kopen die ik niet nodig heb op Marktplaats. En krabbel mensen op Hyves, leraren enzo.
Het zou toch wat zijn als je gewoon echt een insomniac was.., iemand die dus 'nooit' kan slapen. Wat moet je in godsnaam doen met al die tijd? Ik heb vaak het idee dat ik zo weinig tijd heb, terwijl ik zoveel tijd verdoe met slapen of proberen te, en dingen als eten en douchen. Terwijl ik nog zo veel moet doen. Ik maak ook geen tijd. Ik ben lui. Maar ook moe.
Als er geen tijd zou zijn, zouden we nooit te laat zijn. Maar ook niet op tijd. Dan hoefde niets. Dan gebeurt er ook niets. Wat kan je doen als alle tijd stil staat, maar jij niet. Als het altijd Zaterdag 12 januari is, 0.02 uur. Alle winkels zijn dicht, dat is alvast een minpunt. Bovendien schijnt de zon niet, waardoor we allemaal een gebrek krijgen aan vitamine E en sterven. Misschien worden we wel nachtdieren, en kunnen we door de evolutie heen perfect in het donker kijken, met een soort Night-vision, maar dan echt. Als we niet al gestorven zijn natuurlijk. Maar goed, zonder tijd kunnen we ook niet sterven. Dan worden we nooit ouder en verandert niets, maar toch alles, omdat alles op een gegeven moment af is. Als je alle tijd van de wereld hebt, en je bent klaar met alles, echt met alles, wat moet je dan?
Daarom is het maar goed dat er zoiets als tijd is. Dan is het allemaal tenminste een beetje spannend. Dan gaan er dingen fout en dan gaan mensen dood en veranderen meningen en gevoelens. Dan maak je nog eens wat mee. Ik voel me niet schuldig dat ik mijn tijd besteed aan slapen en eten en douchen. Als ik dat niet zou doen, zou ik te veel tijd hebben om dingen af te maken. Dat leidt uiteindelijk tot, letterlijk niets, dan is er niets meer te doen, want alles is af. Dit is ook af. Af.
Gisteravond wilde ik eigenlijk uitgaan, maar bij gebrek aan zin en overdosis kou en afstand, bleef ik toch maar thuis. De televisie ging aan en samen met mijn broer begon de lange avond. Eerst Idols, omdat mijn moeder dat graag wilde, maar toen zij naar bed was, switchten we snel naar een ander net. Er was niet veel op televisie. We hadden eindeloos heen en weer gezapt en waren al drie keer blijven hangen bij de zesde herhaling van Frasier toen we bleven steken op Nederland 2. Een gek Japans vrouwtje was intensief in gevecht met een nog enger Japans vrouwtje. Onder veel Japans gemurwel en gekrijs stierf de een. Nu ben ik erachter dat we naar 'Hero' keken, een verhaal over een krijger die de 'evil one' (Koning van het Qin rijk) wil vermoorden en daarvoor allemaal rare trucjes met zwaarden moet uitvoeren waar Hans Klok nog een puntje aan kan zuigen. Ik snap niet waarom al die krijgers daar met hele tenten om het gevecht in gaan. Heel heldhaftig allemaal, en zwaar moralistisch; praktisch? Nee. Toch was ik vooral gefascineerd door de onverstaanbare woorden die ze uitkraamden tijdens de dansgevechten tussen de herfstbladeren. Gaaf...!